21 september 1981

Dag,

Sinds enige tijd leeft bij ons vieren, vanuit een ontevredenheid met het bestaande onderwijs, de vaste idee met een eigen schooltje te beginnen.

Enkele knipsels
“An gaat meestal graag naar school. Ze loopt hoog op met haar juffrouw en ik zie ook hoe goed die het meent. Maar in de grote vakantie zie ik An stilaan meer ontspannen. Ik bezoek ook zoveel schooltjes en zie hoe de kinderen er veranderen in ‘leerlingen’.” Wilfried

”Dagelijks ondervind ik hoe kinderen en groten samen een school(tje) kunnen waarmaken waar geleefd wordt, met alles erop en eraan. Een combinatie van lef, fantasie, doordenken en gewoon doen.” Mark, over de Weide.

“Ik heb zelf hele negatieve schoolervaringen en ik zie rondom me dat er eigenlijk niets veranderd is. Ik wil dat Lieven straks terechtkomt tussen een paar andere kinderen waar hij kan mee spelen in de lijn van hoe hij is. Ik zie dat niet mogelijk in een bestaande kleuterschool met 15 tot 25 kleuters.
Een school is bovendien veel meer dan een school. Ik zie dat schooltje (van de toekomst) als een ontmoetingsterrein, ook van volwassenen, waar wij heel concreet met elkaar kunnen werken en denken aan dingen die we belangrijk vinden.” Marleen

Als je dit leest, kun je er misschien inkomen dat we het niet zien zitten vanuit een bestaande school te werken. We willen fundamenteel een andere richting uit. We hebben ons wat geïnformeerd bij bestaande alternatieve schooltjes en het blijkt mogelijk als er maar voldoende mensen in willen investeren (= vooral energie, beetje geld).

We dachten dat jij voor zo’n initiatief wel interesse zou hebben. Wellicht heb je een aantal bedenkingen. Waar gaat dat schooltje komen, onze kinderen zijn geen kleuters meer, we hebben geen kinderen …
Laat je daardoor niet belemmeren. We willen mensen met wat interesse en enthousiasme voor dit idee samenbrengen. Daar zien we dan verder.

We kwamen met ons vieren slechts enkele keren samen zodat nog niet zo heel veel vastligt. Want we willen met alle geïnteresseerden de filosofie en de concrete invulling opbouwen.
Onze fantasieën over ons schooltje gaan in die richting:
een kleuterschooltje (als begin), later eventueel uitlopend in een basisschool
klein
er wordt gewerkt met kleine groepen kinderen (max. 8)
een school van de ouders en van de kinderen
kinderen moeten er echt gelukkig kunnen zijn
ze moeten zelf sterk bepalen wat ze doen
gevoelens en sociaal leren zijn even belangrijk als kennis
onafhankelijk van bestaande schoolnetten
starten vanaf september 1982

We willen met deze dromen soepel omspringen en niet zozeer het initiatief in handen houden.
We nodigen je uit voor een eerste gedachtewisseling op
        Woensdag 18 november om 20 uur
        In De Drie Ezels
        Lange St. Annastraat 20
        2000 Antwerpen

Agenda
We willen die avond vertrekken vanuit een voorstel en praktische punten.
Ter informatie nodigden we enkele mensen uit van een dergelijk schooltje: De Weide, in Aalst. Zij kunnen ons eventueel vanuit de praktijk wat informeren.

Mocht je andere mensen kennen die interesse hebben, nodig hen gerust uit of bezorg ons hun adres.
Benieuwd en hoopvol!

Pol, Wilfried, Marleen en Mark

 

Download het volledige verhaal: 'Terug in de tijd' (PDF)

't Speelscholeke is een ervaringsgerichte school.

Een school waar kinderen veel kansen krijgen om handelend en ervarend te leren. Ze leren om in contact te zijn met de eigen gevoelens, gedachten, herinneringen en beelden. De school biedt diverse situaties aan waarin ze kunnen experimenteren met materialen en het samenleven. De school inspireerde zich op de publicaties van Jean Piaget over de denkontwikkeling van kinderen. Kinderen uitdagen tot een 'denken op hoog niveau' is de voornaamste bron van alle activiteiten. Hoog niveau wil zeggen: hoog in vergelijking met het ontwikkelingsniveau van het kind. Daarmee werkt men in 'de zone van de naaste ontwikkeling' (Vygotsky). De rol van de volwassene die het kind medieert in de dagelijkse handelingen is van groot belang.

Dat 'denken op hoog niveau' is niet alleen gericht op het ontwikkelen van de eigen intelligentie, maar ook op de zingeving van de wereld. Daarom bevat het onderwijsmodel eveneens een uitdrukkelijke maatschappelijke dimensie.

De school heeft deze uitgangspunten kernachtig geformuleerd in zes stellingen over leren. Ze vormen de rode draad doorheen de dagelijkse werking van de school.

De zes stellingen en twee basiskwaliteiten zijn beschreven en geïllustreerd met voorbeelden in het boek 'Werken aan een andere school – ervaringsgericht onderwijs in de praktijk' (1992).

Deze tekst geeft een beknopte samenvatting van de zes stellingen over leren.

Men zou kunnen zeggen dat het team het hart vormt van het leren op school. Zij scheppen de context waarin de kinderen kunnen leren, zij leren zelf om het leren van de kinderen te verbeteren en zij betrekken daar ook de ouders bij. Ouders en begeleiding (= leerkrachten) hebben de eerste jaren samengewerkt aan het verwoorden en uitwerken van een visie op leren. Het resultaat is het boek naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de school waarin de visie kernachtig is verwoord in zes stellingen met twee basiskwaliteiten.


De zes stellingen

Leren is 'zelf doen'

Leren is een actief proces waarbij kennis een soort gebouw is dat bij ieder van ons, op basis van ervaringen, van binnenuit wordt opgebouwd. Het is dus erg uniek. Kennis opbouwen, de zogenaamde cognitieve ontwikkeling, is zelf actief een constructie maken (Piaget). Daarom moeten we kinderen toelaten hun eigen leren 'te doen'. Door er alleen al pratend of observerend mee bezig te zijn kunnen we echt begrip niet bevorderen. Dat veronderstelt een school die voortdurend situaties biedt waarin je zelf handelt, experimenteert. Zelf iets doen met allerlei materialen, in zeer diverse (probleem)-situaties dingen uitproberen, onderzoeken, ervaren .... Dat is 'denken gericht op ontwikkeling'. Uiteraard gaat het hier niet alleen om ervaringen met materialen, maar evenzeer om het omgaan met anderen en het vergroten van zelfkennis.

Leren is 'van andere kinderen leren'

De samenspraak en de samenwerking tussen de kinderen is voor de intellectuele en emotionele (dus cognitieve) ontwikkeling even belangrijk als de samenspraak tussen kind en volwassene. Daarom willen we kinderen van verschillende leeftijden zo veel mogelijk kansen geven met elkaar om te gaan. We werken met kleine klassen, in kleine groepjes en leeftijdsdoorbrekende groepen (zie verder punt schoolorganisatie). We moedigen de kinderen aan om meningen uit te wisselen, elkaar te bevragen en samen te werken. Dat wordt gerealiseerd door projecten, toonmomenten, taken, klaswerk, meeting, schoolproject, .... Daardoor krijgen kinderen ook voldoende gelegenheid om de 'betrekkelijkheid' van hun eigen gezichtspunten in te zien. Piaget en Kohlberg hebben veel materiaal aangebracht dat erop wijst dat de intellectuele ontwikkeling bevorderd wordt door samenspraak en samenwerking tussen kinderen, ook tussen kinderen in een verschillend ontwikkelingsstadium.

Leren is 'dicht bij je lichaam blijven, je goed in je vel voelen'

We willen een lichamelijke opvoeding die méér is dan bezig zijn met spieren, lenigheid en trainen van vaardigheden. De manier waarop kinderen omgaan met hun lichaam, de mogelijkheden ervan ontdekken en de beperkingen leren aanvaarden, ervan genieten, het beheersen, ook dat is lichamelijke opvoeding. Je lichaam ervaren en kunnen gebruiken als middel tot contact, tot communicatie. We willen genoeg bewegingskansen creëren en tijd bieden om spelend en creatief bezig te zijn. Er moet ruimte zijn om de zintuiglijke gevoeligheid op een zeer verscheiden wijze te stimuleren. Dansen, bewegen, schilderen, spelen, .... geven de drang naar lichamelijk contact en expressie vorm, maken die waar. Een positief lichaamsbesef is een belangrijke bijdrage tot een positief zelfbeeld.

Leren is 'eigen antwoorden geven'



Kinderen bouwen hun eigen kennis op door de ontwikkeling van (cognitieve) kenstructuren (Piaget). We moeten ons goed realiseren dat kinderen hun kenstructuren in stapjes opbouwen. Het zijn een soort 'schuifjes' die onderling met elkaar kloppen doordat hun regels op veel terreinen gelden. Zo vormen ze structuren in het denken die door een kind van een bepaalde leeftijd normaal gebruikt worden. Elk schuifje binnen een stadium (= groter geheel van kenschuifjes) kent zijn eigen juiste antwoorden die naar onze volwassen kenstructuren 'fout' zijn. Het is essentieel aandachtig te kijken en te luisteren naar de eigen redenering (eigen aan het ontwikkelingsniveau) van het kind. Taal is belangrijk in de ontwikkeling van het denken, maar we moeten er behoedzaam voor zijn dat niet alleen het woord is verworven maar ook het onderliggend concept.

Antwoorden van kinderen weerspiegelen het denkstadium waarin het kind zich bevindt. Leerkrachten en ouders moeten dus energie steken in het observeren van wat de lerende al weet en hoe hij redeneert. Dat kan door op een open manier situaties te verkennen en geschikte vragen te stellen die de kinderen helpen nieuwe kenstructuren te ontwikkelen en eigen kennis op te bouwen. De kinderen uitdagen om te 'denken op een hoog niveau' is de voornaamste bron van alle activiteiten (Piaget).

Leren is 'zelfstandig zijn en samenwerken'

Leren is steeds gebaseerd op een zekere eigenzinnigheid, die stilaan aangevuld moet worden met een leren door oefenen in verantwoordelijk gedrag. Daarom moeten kinderen kunnen experimenteren, zoeken en praten met andere kinderen en volwassenen. De nadruk ligt niet op volgzame gehoorzaamheid maar op de ontwikkeling van werkelijke autonomie binnen een totaal samenwerkingsverband. Daarom streeft de begeleiding zoveel mogelijk een omkeerbare relatie met de kinderen na. Experimenteren, verantwoordelijkheid nemen voor eigen werk, actief zoeken en praten met kinderen en volwassenen, het geldt ook hier. Wie leert samenleven en daarbinnen een moraliteit ontwikkelt, bouwt aan cognitieve structuren, en moet daarom op dezelfde manier als hierboven gestimuleerd worden. Dit leren is gericht op die tedere spanning waarbij kinderen stilaan uitgenodigd worden tot handelen volgens eigen geweten.

Leren gaat 'over het leven, over samenleven'



De school is van de ouders, kinderen en leerkrachten. Het is een soort democratisch collectief, een school op haar breedst. We willen kinderen een zo ruim mogelijke waaier van ervaringen bieden opdat zij de dingen rondom zich werkelijk zouden leren begrijpen, opdat zij het gevoel niet zouden verliezen iets te kunnen betekenen voor anderen; opdat zij in zichzelf een bevredigend evenwicht zouden vinden tussen hun eigen noden en gemeenschapsbehoeften. Met het oog op een humane en rechtvaardige wereldorde, willen we de kinderen helpen hun ervaringen te ordenen in de geschiedenis en de wereldrealiteit. We laten hen ook in concrete situaties actief zijn, we brengen hen in contact met allerlei mensen en omstandigheden, zodat ze een aanvoelen krijgen van de reële complexe wereld.

Twee basiskwaliteiten
In contact zijn met
We streven naar een zo zuiver mogelijk contact met je eigen gevoelens, gedachten, herinneringen, beelden, .... Vanuit dat contact ontstaat je reactie naar de buitenwereld: contact met de dingen en contact met elkaar. Je kunt je bewust worden van wat je gewaarwordt, ervaart en dat gaat deel uitmaken van je reactie. Door bij kinderen vaak ervaringen te koppelen aan expressie, ontstaat er veel meer kans op bewustwording en 'verbeelding' van de inwendige wereld. Het gaat hier dus om een 'kwaliteit van in-de-wereld-zijn'.

Experimenteren
Vanuit contact ontstaat de drang naar onderzoek, uitproberen, vergroten van vaardigheden, inzichten verwerven op een plezierige manier, spel dus. Onze school heet niet voor niets 'Speelscholeke'. Wij geloven dat spelen het meest natuurlijke leren meebrengt voor kinderen. De ruimte bij uitstek waar ze experimenteren met situaties, samenleven, materialen. Het gevoel krijgen de eerste te zijn die dit inzicht heeft, de wereld als nieuw en uitdagend ervaren is wat we willen meegeven. Het formuleren van projecten door de kinderen zélf als belangrijk onderdeel van de week biedt naast het klasgebeuren die kansen tot experimenteren. Ook de vrije speeltijd is één van de belangrijke momenten voor de kinderen, waar ze experimenteren in samen leren leven.